Traumawerk

“Wie zichzelf tot vriend neemt, heeft een goede keuze gemaakt.” – Aleksandr Solzjenitsyn

Je bent van harte welkom te komen voor (een) individuele therapiesessie(s). Bij voorkeur spreek ik een traject af van meerdere sessies.

Een traumatherapiesessie duurt ongeveer 1 1/4 uur en begint met een inleidend gesprek dat leidt tot afstemming over wat in deze sessie onderzocht wordt. Traumawerk helpt je (alsnog) te ontspannen (helen) na een of meerdere ingrijpende gebeurtenis(-sen) of langer durende minder gunstige omstandigheden in je leven recent of in je verleden.

Trauma kan ontstaan door een auto-ongeluk, geweld, misbruik, bijna-verdrinking, natuurramp of een operatie in het ziekenhuis. Scheiding van ouders, gepest worden, verwaarlozing als kind, een moeilijke bevalling, slecht nieuws, een ongelukkig huwelijk of het overlijden van een dierbare kunnen ook traumatische ervaringen zijn. Bepalend voor het al dan niet ontwikkelen van trauma in al deze situaties, is of er ruimte (en ondersteuning) was voor je natuurlijke reactie. En of je na de gebeurtenis de overlevingsenergie hebt kunnen ontladen en loslaten.

Trauma kan leiden tot een complex van symptomen, zoals je gevangen of angstig voelen, chronische vermoeidheid, hyperactiviteit of juist depressiviteit of psychosomatische klachten. Vaak ben je je niet bewust dat onverwerkt trauma de symptomen in stand houdt.

Ik ben opgeleid tot Somatic Experiencing Practioner, een methode ontwikkeld door dr. Peter Levine. Daarna heb ik de NARM opleiding afgerond. De NARM methode = het NeuroAffective Relationele Model voor het herstel van verbinding is een methode voor het helen van ontwikkelingstrauma ontwikkeld door dr. Laurence Heller.

Over beide hieronder meer uitleg:

Ontwikkelingstrauma

“Ik ben niet wat mij is overkomen; ik ben wat ik verkies te worden.” – Carl Gustav Jung

Ontwikkelingstrauma ontstaat als we in de eerste jaren van het leven een duidelijk gemis aan ondersteuning hebben ervaren die nodig is voor een gezonde groei tot volwassen mens. Door dit gemis – aan steun, verzorging, begeleiding, veiligheid, voeding, liefde, grenzen, bescherming, structuur, duidelijkheid, ruimte, zelfvertrouwen, vertrouwen, warmte en/of aanraking – ontwikkel je een overlevingsstijl die je helpt om te gaan met het tekort of gebrek aan steun en je letterlijk helpt te overleven. Later kan deze overlevingsstijl echter in de weg gaan zitten bij het je volledig in de wereld ontplooien en adequaat te reageren op wat er van je gevraagd wordt.

Hoe verbinden wij ons met onszelf, met een ander mens en met de wereld?

Door de allereerste ervaringen van een baby in dit contact (zelfs al in de baarmoeder) creëert een baby een beeld van de wereld. Hoe veilig is deze? Wordt er aan behoeftes voldaan, niet teveel en niet te weinig? Is er voldoende steun als hij/zij de wereld gaat verkennen? Wordt het kind gezien in zijn/haar autonomie, oftewel hoe wordt er op een ‘nee’ gereageerd? En hoe wordt enthousiasme en levenslust door de ouders ontvangen?

Een tekort op (een of meer van) deze gebieden, voor elke mens anders, kan leiden tot een constant gevoel van angst en onveiligheid, een gevoel van ’er is nooit genoeg’, altijd sterk moeten zijn, geen grenzen kunnen stellen of nee zeggen, perfectionisme of nooit eens ‘uit de plooi’ durven schieten. Het werken met ontwikkelingstrauma begint bij jouw verlangen, de wens om iets anders te beleven of te doen wat tot nu toe niet lukt.

Dr. Laurence Heller ontwikkelde een therapeutische werkwijze gericht op het loskomen van die oude ‘inprints’. Hij spreekt over overlevingsstijlen en strategieën die ontstaan als reactie op tekorten in het invullen van de volgende basisbehoeften:

Verbinding: met de moeder/vader als eerste en daarmee met het eigen lichaam, emoties en met anderen.

Afstemming: om behoeftes te uiten, er naar uit te reiken en te vertrouwen dat er gereageerd wordt.

Vertrouwen: om de ander en zichzelf te vertrouwen, zodat je afhankelijkheid op een gezonde manier kunt aangaan.

Autonomie: dat je jezelf mag zijn, je voorkeuren en grenzen kunt aangeven zonder angst of schuldgevoel.

Liefde en seksualiteit: dat je je hart kunt openen en een liefdevolle relatie mag verenigen met vitale seksualiteit.

Deze thema’s komen vaak tot uitdrukking in onze relaties, in ons werk, in onze ideeën over onszelf en anderen. Vanuit je ‘verlangen’ verkennen we wat je tegenhoudt. Daarin ontdekken we patronen en strategieën en de bijbehorende behoeftes en dilemma’s. En zoeken we manieren om deze los te laten, je je er minder mee hoeft te identificeren. Vaak vraagt dit om in te zien en te ervaren dat de ‘angsten’ van vroeger in het hier en nu minder vat op je hoeven te hebben.

In de NARM® werken we zowel met het denken als met onze lichamelijke en emotionele reacties. Juist deze wisselwerking maakt de werkwijze effectief. Hierbij is het volwassen ‘hier-en-nu’ perspectief de basis.

Shocktrauma

“In het verleden gebeurt niets meer.” – Eckhart Tolle

Shocktrauma kan ontstaan door iedere gebeurtenis of serie gebeurtenissen die destijds te onverwachts, te snel, te heftig of te groot was om adequaat op te kunnen reageren zoals:

  • Een aanval waarbij je niet kon ontsnappen, verkrachting, seksueel misbruik (in welke vorm dan ook), geweld, oorlog;
  • Een val, hoofdverwonding, auto-ongeluk;
  • Operaties, tandarts, geboortetrauma, hoge koorts;
  • Verdrinking, verstikking, verbranding, vergiftiging;
  • Natuurrampen;
  • Getuigen zijn van trauma (overweldigende gebeurtenis);
  • Verwaarlozing in de vroege jeugd, verlies van dierbaar persoon, liefdeloze opvoeding.

Het zenuwstelsel is overweldigd geraakt.

Bij een overweldigende gebeurtenis is onze natuurlijke beschermingsreactie te vluchten of te vechten. Bij deze levensreddende impulsen komt in fracties van seconden een enorme hoeveelheid energie tot je beschikking. Wanneer je niet kunt vluchten of vechten, bevries je en wordt die energie vastgezet en opgeslagen in het lichaam. Je zenuwstelsel blijft staan op alarmstand en je kunt niet meer echt ontspannen. De langdurige ontregeling die dit geeft, leidt tot allerlei lichamelijke en/of psychische klachten met symptomen:

  • Angst, paniek, heftige emotionele- en schrikreacties, schrap zetten, verhoogde hartslag, hartkloppingen, versnelde of oppervlakkige ademhaling, overmatig alertheid, prikkelbaarheid, woede, onrust, slapeloosheid, slaapverstoring;
  • Depressie, uitputting, gevoel van hulpeloosheid, machteloosheid, zorgelijkheid, apathie, vermijdend gedrag, schaamte, schuldgevoelens;
  • Dissociatie, gevoel van het lichaam niet goed meer te voelen, uit contact voelen met jezelf en anderen, beperkt spectrum van gevoelens, het gevoel hebben de controle kwijt te zijn, moeite te focussen;
  • Hyperactiviteit, gejaagdheid, verhoogde waakzaamheid, overgevoelig;
  • Chronische (onverklaarbare) lichamelijke pijn, overmatig gespannen spieren, te weinig spierspanning, krachtverlies van de spieren;
  • Ontkenning: het is niet gebeurd of het is niet belangrijk.

Bij SE wordt gewerkt met het volgen van de lichaamssensaties die er zijn. Enkele voorbeelden van lichaamssensaties zijn: warmte, tintelingen, stroming, verstrakking, ontspanning, snelle of langzame hartslag, kippenvel, kou, kramp, ruimte, lichtheid, zwaarte, snelle of langzame ademhaling, alertheid of juist verdoofd enz.. Trauma-energie kan gevoeld worden in het lichaam als spanning of verkramping. Door kleine stapjes te zetten in en uit de spanningen in het lichaam wordt de geblokkeerde levensenergie op een veilige en rustige manier ontladen. Door ontlading ontstaat vaak direct een afname van stresssymptomen.

Door het lichaam te voelen, naar het lichaam te ‘luisteren’ en deze te volgen, is het lichaam zelf instaat de vast zittende energie te ontladen. Onder begeleiding wordt het lichaam geholpen deze natuurlijke manier van spanningsontlading weer aan te zetten en daarbij weer rust in het zenuwstelsel en een natuurlijke weerbaarheid te creëren.

De kracht van SE ligt in de aandacht die deze benadering geeft aan de lichamelijke gevolgen van traumatische ervaringen. De genezing van trauma kan dan ook eerst werkelijk tot stand komen als het lichaam er bij betrokken wordt. De “lichamelijke herinneringen” aan intense ervaringen in het verleden leiden, als ze goed begeleid worden, naar oplossingen die zich als vanzelf aandienen.

Meestal treden traumasymptomen op in clusters, en verworden zo tot syndromen. Deze syndromen worden in de loop der tijd steeds complexer. Het verband met de oorspronkelijke gebeurtenis wordt evenwel steeds losser. Er lijkt geen verband te zijn met dat wat eerder, misschien wel lang geleden, is gebeurd. (Tientallen) jaren later openbaart het probleem zich pas.

De emmer is vol en loopt over.

Door ondersteuning te geven aan de (bij bevriezing het ontdooien van bevroren) energie, stap voor stap, op een veilige en gedoseerde wijze, komt er ruimte voor herstel van de veerkracht.